Geschiedenis Piercings

 

Het metaal in oren, neus, lip, navel, tong en tepel wordt nu als een gewone modeaccessoire beschouwd, maar op andere plekken in de wereld komen de meeste van deze soorten piercings al duizenden jaren voor en hebben ze bijzondere betekenissen. Een paar voorbeelden; de 5000 jaar oude ijsmummie Ötzi boorde gaatjes in zijn oren om boze geesten te weren. Azteken en Maya's doorboorden hun tong als religieus ritueel en Romeinse centurions bevestigden een compleet gevechtsschild aan hun tepels. In de negentiende eeuw droegen Nederlandse schippers gouden oorbellen als begrafenisverzekering. Bij verdrinking mocht de vinder van het lijk de ringetjes houden in ruil voor een begrafenis. Tot voor kort werden bij de Papoea’s in Nieuw-guinea jongens tot mannen verklaard nadat hun neusschotten doorboord waren en nog steeds plaatsen surmi-vrouwen in Ethiopië schotels in hun lippen als zij gaan trouwen.
Alleen de navelpiercing is nog maar net uitgevonden, rond 1953, na de introductie van de bikini.