Tepel

Algemeen en plaatsing

In de meeste gevallen wordt een tepelpiercing geplaatst in de tepel, in de natuurlijk vouw van tepel naar tepelhof. Het sieraad rust hierdoor comfortabel en stabiel tegen de borst waardoor ongewenste beweging van het sieraad zoveel mogelijk voorkomen wordt. Tepelpiercing kunnen vrijwel in alle richtingen worden gezet. Horizontaal is misschien wel de meest voorkomende, maar ook diagonaal en verticale tepelpiercings komen steeds meer voor.
In sommige gevallen is het zelfs mogelijk om meerdere tepelpiercings in een tepel te laten zetten, De tweede tepelpiercing zal echter pas gezet worden als de eerste tepelpiercing volledig genezen is

Ook ingetrokken tepels kunnen gepierced worden. Het is belangrijk om te bepalen in hoeverre de tepel ingetrokken is en blijft. Sterk ingetrokken tepels die niet met druk naar buiten geduwd kunnen worden hebben een heel wat lagere kans om succesvol een piercing te kunnen dragen dan tepels die wel goed naar buiten te duwen zijn.

De tepels van een man verschillen in veel opzichten van de vrouw. Over het algemeen zijn de tepels van een man een stuk kleiner waardoor er in sommige gevallen aanpassingen van de plaatsing nodig zijn.

 

Sieraad

Bij tepelpiercings zijn zowel ringen als staafjes mogelijk. Meestal is de minimale dikte van het sieraad 1,6mm. In sommige gevallen kan er voor de initiële genezing gekozen worden voor een dikker sieraad. Anatomie is hierbij vaak een bepalende factor. De lengte of diameter van het sieraad kan sterk variëren en hangt af van de anatomie. De tepel van de vrouw is meestal sterker ontwikkeld waardoor er een grotere diameter of lengte nodig is.

Genezing
3 tot 9 maanden of langer